Alpe d’Huez

 

 

net had ik de klim gewonnen

van de koninginnerit

door de media besprongen

werd ik plots een wereldhit

 

columnisten van L’Equipe

peilden naar mijn Ronde-kansen

weer een Belg die met een stip

‘n poep liet ruiken aan de Fransen

 

kurken knalden luid en talrijk

tifosi joelden op de straat

babes en missen uit heel Frankrijk

wilden met mij op de plaat

 

opgezweept en zegedronken

merkte ik aanvanklijk niet

de bevelen en het bonken

van de Tour-gendarmerie

 

mannen in het blauw met pet

sloegen mij strak in de boeien

daarna in hun camionnette

waarop de sirenes loeiden

 

zwaarbeduusd op d’achterbank

zag ik bloedpikuren naderen

tierend over dope en drank

duwden ze die in mijn aderen

 

’t wit van mijn bolletjestrui

kleurde rood van ’t spuitend bloed

toen men mij op de fauteuil

krachtig scheidde van mijn broek

 

buisjes en andere slangen

dreef men om mijn edelwerk

knijpend met steriele tangen

spoot d’urine door het zwerk

 

ook mijn haar moest het ongelden

scharen zochten om een spriet

hun chef ging toen aan het schelden

over mijn hematochriet

 

slingerend door haarspeldbochten

en het onherbergzame

zag ‘k hoe paparazzi vochten

met hun Canon door de ramen

 

ik dekte mij en sloot de ogen

en vervloekte de ploegarts

nooit meer zou ik hem geloven

mijn carrière werd een frats

 

plots voelde ik de wagen zwalpen

opende de ogen in paniek

ik zag beelden van de Alpen

met een Sporza-generiek ...

 

 

Aramis