Antwerpen Centraal

 

 

de wijzers in het groot radiant

leunden tegen het avonduur

ik had wat tijd en genoot riant

van het dampende clair-obscur

 

mijn gedachten spoorden naar de zon

felrood onder het glazen fries

bij de kiosk op het perron

plantte ik hijgend mijn valies

 

hier gonsde 't van gezelligheid

onder de hoge stalen hemel

wereldgeluiden stegen wijd

op uit het wervelend gewemel

 

geurgalmen brachten mij in roes

en baadden mij in zoemgeluiden

ik wentelde mij in die smeltkroes

en vluchtte dromend weg naar 't zuiden

 

in pluchen zetels, geboord met chroom

kreunde ik onder gekus en geknuffel

gefluit haalde me uit mijn droom :

ik miste de boemel naar Steenhuffel

 

Aramis