Foto Charlotje

Ardeen

 

 

een vlag, ginds roerloos boven sparren,

gidst mij naar mijn geliefde plek

het licht vervaagt, geluiden starren

alleen nog krekels aan het werk

 

in ’t woud hoor ik de herten burlen

geritsel, ruis en takgekraak

zie hoe twee eekhoorntjes ‘t aandurven

het pad te dwarsen waar ik waak

 

een nok van grijze schalieleien

verrijst verlegen uit het groen

lampen bij ’t brugje lichten keien

waarboven ‘t oud pand schorend doemt

 

hier voel ’k me thuis in deze hoeve

waar stilte in het duister heerst

erachter, bij de kleine groeve,

beklemt mij weemoed ‘t allerzeerst

 

Aramis