

Beetje triest
'n beetje triest van al dat wachten
achter dikke muren van steen
omringd door diepe slotgrachten
voelde ik me eenzaam en alleen
Iedere avond in het duister
turend door m’n tralieraam
hoorde ik alleen m’n fluister
slechts een woord ”Jouw naam”
dromend van die nachten
dat wij hier samen waren
hoe ik op je stond te wachten
en net als nu uit ‘t raam te staren
wanneer je dan bij me kwam
ging m’n hart steeds wild tekeer
als je me in je armen nam
bezweek ik voor je, telkens weer
'k voelde je lippen op m’n verhitte wangen
je handen bewegend door m’n haar
‘t maakte me weerloos van verlangen
‘k gaf me dan over aan jou, m’n minnaar
dat zoenen werd hartstochtelijk
onze passie ongeremd
je streelde me… zo goddelijk
ach liefste… wij waren voorbestemd
maar hier achter dit raam
zit ik nu nog steeds alleen
‘k fluister altijd weer opnieuw
kom weer bij me, zoals voorheen…
Charlotje