Blauwe maan

 

 

 

 

een deuntje, fluitend door de nacht,

een kater, die op paring wacht,

een open hemel met sterrenpracht

 

een dompelaar die hikt en lalt,

brallend een vuist naar boven balt

en dronken in een voortuin valt

 

een fietsbel, rinkelend langszij

achter twinkelend lichtgerei

over een vlaamse straatkassei

 

een jongen die zijn meisje kust,

vechtend tegen gezonde lust,

zich van gordijnwacht goed bewust

 

hondengeblaf, mijlen vandaan

een valster in een rechte baan

een wens mag in vervulling gaan

 

nachtstilte die de kop opsteekt

onder een maan die ’t wegdek bleekt

en mij vermoeid tot dichten smeekt

 

voor jou ... liefste ... ik mis je

 

 

Aramis