Pelgrims, panders, paardenkooplui,
vermoeid door ‘t heuvelend traject,
zien vanop de kassei, boven dikstenen pui
een zadeldak dat hun aandacht trekt.
In ‘t lommer van een vlinderkruin
lessen z'hun paarden hier de dorst
en met het zicht op stad St Trui’n,
schransen ze bout en eendeborst.
Paenhuysgerechten op Vlaamse wijze
met Loonse wijnen geserveerd ;
hete terrines vol bourgondische spijzen
dampen royaal in d’open heerd.
Ergens zo’n drie decades later
- Maastricht valt toe aan ’t Franse rijk -
klinkt in dit gelag ‘t hautain geschater
van de chevaliers van Lodewijk.
Landeigenaars uit Haspengouw
vervloeken die Koning zo bot en blasé
en zweren geheimlijk ‘hou ende trou’
bij de korfboog van dit Grand Café.
Dit eerste bakstenen paenhuys van Brustem (gebouwd in 1645 als pelgrimshuis van de abdij van Averbode) zag in 1675 de Franse troepen van Lodewijk XIV zich terugtrekken na het beleg van Maastricht via Sint Truiden.
Daar de abt van laatstgenoemde stad hun Zonnekoning geen protocolaire ontvangst gaf, verwoestten ze de omwallingen en de Brustem-poort.
Twee jaar later trokken zware rookpluimen voorbij, afkomstig van Tongeren dat in brand gestoken werd door de Fransen.
In 1693 versloegen zij, tijdens de Negenjarige Oorlog, de geallieerde troepen van Willem III van Oranje-Nassau in de bloedigste veldslag van de XVII° eeuw te Neerwinden, nauwelijks 7 mijl van hier.
Met dank aan Jos Neven voor het uitlenen van de achtergrondfoto.
