Charlot' begot ...

 

 

Een ridder doolde na ’t gevecht

en stootte op een paddenslot.

Vanuit een toren zakte een vlecht

en hees hem naar een blonde dot.

 

Door oorlog en lafaards gekweld

kwam hij bij haar weer op verhaal.

Bij harp- en klavecimbelspel

dronken zij saâm de heilige graal.

 

’t Aanhoudend strijdgewoel, klaroenen,

brachten hem echter niet tot rust

en zelfs terwijl het kwam tot zoenen

diend’in zijn geest nog vuur geblust.

 

Badend in ’t zweet bereed hij zijn merrie

in ’t diepste van de holle nacht.

De jonkvrouw suste strelend de herrie

maar deelde de slaapdronkenheid onzacht ...

 

Aramis