Cyrano
de Bergerac

Hortend over holle, hobbelige wegen
schudt de carrosse zijn Gascogners aan boord.
Dit dromerig verhaal van mantel en degen
vertelle men immer en steeds verder voort ...
De natuurlijke leider van deze sectie,
een man met een vrij opvallende neus,
bezielt zijn companen met grote perfectie
maar zit in zichzelf met een onmoog’lijke keus …
Voor de zonovergoten wijngaard daarbuiten
hebben de reizigers hoegenaamd geen tijd.
Want achter de bestofte, trillende ruiten
ontboezemt Cyrano zijn ongelijke strijd ...
Want, 'schoon onoverschrokken in het gevecht
en meester-dichter in het tijdloze woord
voelt hij zich voor eeuwig onnoemlijk geknecht
door zijn tronie die geen vrouwen bekoort ...

En ach, hij bekent : hij droomt van Roxane
maar Christian, zijn adjunct, vond eerder haar gunst.
Ze kiest dus – sacré non ! - voor knappe mannen
onwetend over diens gebrek aan verbale kunst.
Cyrano’s hart bloedt : hij wanhoopt, machteloos.
Waarom kiest zo’n dame alleen met de ogen ?
Wat ziet zij toch in gebronzeerde macho’s,
niet gehinderd door enig poëtisch vermogen ?
Bij de inscheping voor de reis naar het front
bad Roxane hem om zijn beschermend vertrouwen :
“Alstublieft, kapitein, zorg dat hij zich niet verwondt !
Ik hoop uit mijn hart dat ik op U mag bouwen”
Cyrano gaf zijn woord. En dat houdt hij gestand.
Want rechtschapenheid is zijn hoogste gebod.
Maar diep in zijn binnenste is er iets dat brandt
“Mijn neus is mijn gedoemde noodlot ! ”
Afgewende ogen verraden de gêne :
het zwijgzame gevolg verzinkt in gepeins
Cyrano’s veer schetst krassend de pijnen
in de jamben van een nieuw alexandrijn
Het gespan houdt halt bij een drukke taveerne
waar het droge maquis overgaat in woud.
Uit het schaduwgroen treedt een lachende deerne :
zij prijst de ‘grillade van schapebout’.
De dampende paarden laven zich gulzig
wijl men op de tafels de wijnkruiken hervult.
De sfeer is gekscherend maar wordt stilaan twistgierig
Een heethoofd snuit de neus … als schampere stunt
Cyrano reageert, hij is rechtstreeks betrokken :
“Uw zakdoek, mijnheer, wordt straks uw lijkwaad !”
De roekeloze heeft met durf de sabel getrokken,
maar ligt na amper drie tellen bloedend op straat.
De kastelein bedaart koortsachtig de meute :
Cyrano sommeert hem : “Geef mijn mannen wat leute,
en hou voortaan dat arrogant gespuis van je erf ! ”
Voor de soldaten sterft de avond in plezier
wijl de kapitein zich over zijn kaarten bezint.
Op de strozolder wordt nog gerollebold en versierd
wanneer de franse haan zijn Marseillaise begint …
De frisse paarden galopperen gezwind
door het mistige, glorende ochtendlicht
Zeven Gascogners snurken eensgezind
wijl hun meester geconcentreerd verder dicht …
Bij valavond bereiken ze het kampement
aan de oevers van de diepgesneden Tarn.
Bij klaroengeschal verzamelt zich het regiment
en wordt het gebrieft voor het ‘generaal alarm’.
Overal in het kantonnement worden vuren ontstoken
In hun licht glimt vaal het goud van de vaandels.
Wijl de tenten zich rechten met haringen en doken
roskammen kadetten de paarden en vetten de zadels.

Intussen betreedt Christian de Neuvillette het stafkwartier
en vraagt zijn kapitein of hij niet stoort in zijn besogne.
Cyrano ontbiedt dadelijk de garnizoenssommelier
en suggereert zijn gast een Grand-Cru de Gascogne
Gesterkt door de inhoud van de koperen beker
en door de gastvrijheid van zijn hoofdmusketier
voelt de bedeesde aspirant zich stilaan wat zeker
en ontlaadt zich manmoedig met open vizier
"Kapitein ... euh ... mag ik u in vertrouwen nemen ?"
"Spreek rechtuit en eerlijk als een onbevreesd man "
"Et bien .. euh ... ik heb wat .. euh .. schrijfproblemen,
... wil je me helpen bij mijn brief aan Roxane ?"
Cyrano incasseert flegmatisch de morele moker
en slaat de ogen neer in zijn glas rode wijn.
Zijn ondergeschikte zet hem hier ongewild voor joker
maar geen spier in zijn gelaat verraadt deze pijn
“En hoe moet ik hier dan wel aan beginnen ?
Hoofs en beleefd ? Frivool of formeel ?”
“Och Kapitein … slechts een paar romantische zinnen …
over rozen of … maneschijn of … weet ik veel !”
![]()
“Luister, vriend Christian, ik kruip in jouw huid
en beschrijf mijn … euh … jouw gevoelens voor haar.
Ga nu, ik zie je morgenvroeg bij het derde affuit
en bezorg je daar een brief zonder verder commentaar.”
Wijl de maan gestaag onder de einder zakt
en de kolonne sloom in rupsbeweging overgaat
drukt Christian gehaast zijn ring in het zegellak
en verschaft de postbrigadier een extra dukaat …
Klompen kletteren schel op de arduinen wenteltrap
naar de torenkamer van de gracieuze Gasconne.
Roxane ontgrendelt de deur, benieuwd om de boodschap,
en verwelkomt verheugd haar trouwe chaperonne .
De brief die Thérèse uit haar kapmantel haalt
overtreft de jonkvrouw’s stoutste verwachting …
Wijl ze alsmaar herlezend in dromen wegdwaalt
onthult ze haar genote haar wanhopige versmachting
“Kom, Thérèse, ik vertrek … bereid snel mijn koffer.
Ik hou het niet uit onder deze schrale torenklanken.
Het wordt een lange reis, maar ik pleng graag dit offer
Dit is onweerstaanbaar : ik moét Christian gaan danken”.
De musketiers belegeren intussen Arras
in een gedruis van salvo’s en granaten.
Geschreeuw en orders echoën over het moeras
Kruitdampen stuiven op vanuit de vele walgaten.
Christian werpt zich op als een moedig kadet
maar zijn geheim met Cyrano maakt hem verwaand.
Hij alludeert gedurfd op zijn kapitein’s “trompet”
en ontpopt zich ongestraft tot de regimentele woerhaan
Hij weet echter niet hoe Cyrano stil en ingetogen
zich *schrijvend* als “Christian” richt tot Roxane.
Met de finale coup van de citadelle voor ogen
bereidt hij de afscheidsbrief van haar jonkman.
De klaroen meldt bezoek bij de zuidelijke schildwacht :
een onbekende carrosse zonder militaire insignes.
De koetsier vraagt permis voor de gezant die hij bracht
Na inspectie verordent de sécurité de ingangsconsignes.
De bezoekster stijgt uit bij de kantineluifel,
wat de piotten-met-karwei uitgelaten stemt.
Roxane herkent plots de musketierkazuivel
van Christian die uit de verte komt toegesneld.
Hij ontvangt bouleversé haar zoen op zijn mond
en zij uit met verrukking haar begerig verlangen.
“Och liefste, je beviel me … zo knap … zo blond
maar je brak pas mijn hart met je liefdesgezangen.”
Christian staat versteld en kookt in gedachten
“Zij houdt van MIJN lichaam maar van CYRANO’s geest !
Wat meer kan zij nu nog van MIJ verwachten ?
ZijN poëzie overreedde haar dus het meest !”
De kanonnen bulderen hevig ondanks de soebatten.
De val van de stad lijkt thans zeer nabij
Christian spoedt zich weg naar de kazematten
en gooit er zich manhaftig in de strijd …
Met Cyrano vecht hij schouder aan schouder
en schermt zich verwoed doorheen het bruggehoofd,
Hij slingert zijn werpanker rond de toortshouder
en slaat de poortwacht bij het lierwerk verdoofd.
De Gascogners overmeesteren gezwind het ophaalrad
en weten de tuihendel van de valbrug te grissen.
Een cohorte musketiers bestormt onhoudbaar de stad
onder ’t vuur en de tegenstand van de anti-royalisten.
De elite bereikt de poorten van de Commanderie
en knokt zich een weg naar de raadzaal en hallen.
De muren daveren onder bevriende artillerie
Uit de cachotten ontstijgt het juichende “EEN VOOR ALLEN !”
![]()
Verkrampt door de angst die haar bij kanonslag bekroop
zit Roxane als een piéta in haar capuchon gehuld.
Zij put enige moed uit de brieven op haar schoot
wijl het gedruis in de verte haar met afschuw vervult.
Een “Samaritaine” raast ratelend naar de ziekenboeg,
gegangmaakt door een vendel galopperende huzaren.
Eén hunner schreeuwt luidkeels om de chirurgenploeg
zodat kampverblijvers geschrokken de calèche nastaren ….
Roxane veert recht, haar intuïtie maakt haar bang.
Ze spoedt zich ijlings naar het veldhospitaal
Een infirmier helpt haar doorheen het gedrang …
bij de brancard staat Cyrano met lede ogentaal…
Haar vermoeden wordt bewaarheid, de wanhoop slaat toe
Roxane gooit zich huilend op haar stervende Christian
In het doodsgereutel vangt zij zijn laatste liefdesgroet
en omknelt desperaat zijn stuiptrekkend lichaam.
10 jaar later …
De novice beroert hevig de klepel van Roxane’s celdeur
en meldt nerveus de komst van een late bezoeker.
Sœur Roxane daalt snel af naar de jardin-aux-fleurs
en vindt er een pijnverbijtende persoon bij de erker.
“Cyrano, u hier ! Maar wat is er met u gebeurd !?”
Zij roept de nonnen om zijn beenwonde te soigneren.
“Hier bent U veilig, kapitein, maar wat bracht u naar deze stede ?”
Verward vraagt hij naar Christian’s afscheidswoorden.
“Vergeef me, Roxane, mijn … neus … jeukt bij zoveel schoonheid ,
je weet hoe ik hou van een poëtisch gedicht …”
Zij duikelt de brief op uit de plooien van haar habijt
en leest hem voor in het schemerend maanlicht.
Bij het vierde vers wordt het haar te machtig en pauseert
en merkt onbegrijpend hoe de regels gedempt verdergaan …
Ze ziet verbaasd hoe Cyrano het vervolg prevelend citeert
de ogen
gesloten, de wangen betraand …
![]()
Aramis