De brug

 

 

Het dieselblok mokert zonder genade

de heipalen diep in de oeverklei.

De eiken slagmuts ontvlamt boven de kade

en spuwt zijn rook naar de overzij’  …

 

Kubels laveren zwaaiend onder de kraan

en  vullen gestaag de landhoofdmal

Bekisters en vlechters sjouwen af en aan

wijl betonmolens wachten op de slijkerige wal

 

Moerliggers worden per schip aangebracht.

Regen en wind verstoren de perfectie.

De werfleider schreeuwt zich hees in de nacht,

bezorgd om de veiligheid van zijn sectie.

 

Schijnwerpers belichten het naadloze dek

welke de asfalteuse zojuist heeft gebaard.

Over enkele uren ontsluit de rijkswacht het hek

en herneemt het verkeer zijn gehaaste vaart …

 

Aramis

                    

 

 

 

van vier verdronken kameraden