De haven rukt op

 

 

Zwaargrommend trekt de kipwagen

zich zwoegend door de klei van de dam

welke zich tussen zee en Scheldeham

door grote grijpers laat vergraven.

 

Nieuwsgierig water uit de stroom

zoekt zijn weg naar ’t zoute water

geholpen door de groeiende krater

die door de mens wordt klaargestoomd.

 

Peil- en baggerschepen maken zich op

om zich door ‘t jonge nauw te wringen

en bedding en dijk terug te dringen

tot een gigantisch getijdendok.

 

Het wase polderland moet wijken

voor de grootste containerhaven

die zich als een betonnen enclave

door het hinterland zal snijden.

 

Boeren uit het verdwenen Doel

gaan later met hun kleinkind op wandel

langs dit bolwerk van wereldhandel

de ogen betraand, met wrang gevoel …

 

Aramis