De ladder danst

 

 

Een late hond sterft blaffend weg

in ’t zog van de kapseizende dag.

Langsheen de boomgaard lijnt de heg

de manden waarin ’t plukfruit wacht.

 

Knarsende wielen in het grind

wekken de zongebruinde krachten.

Zodra een knecht het trekpaard bindt

verlaadt men stil de zomervrachten.

 

Het duister valt wanneer kar en ruin

tot stilstand komen bij de kelder.

Swijlst danst boven de lege kruin

de ladder zat zigzaggend verder ...

 

Aramis