De nacht wacht

 

 

gefluister, geschuifel, gedruis

een knecht die zijn wapenloop kuist

het wachtwoord klinkt vals en onjuist

de wacht die zijn hellebaard kruist

 

de rabauw rekent zich bij de gilde

waar ook een wetraadslid heen wilde

maar wiens machtswellust zich snel stilde

zodra men een buskruitvat tilde

 

de snedige sabel ter hand

en stoelen en banken aan kant

ontstak men de toorts aan de wand

in pose voor schilder Rembrandt

 

Aramis