
De Vitrine
In de pletsende regen liep ik door St Truiden
‘k marcheerde langs gevels met stevige pas
bij de hoek van het pleintje besloot ik te schuilen
‘k bekeek onder ‘t afdak de foto’s achter ‘t glas
een bliksemschicht flitste, een meisje gilde
‘t gedruis van de neerslag overstemde de stad
een donderknal volgde, de ruit voor mij trilde
toen een dame achter mij de straat overstak
Ik schrok bij dat beeld in die schuddende vitrine
zij kwam me bekend voor ... had ik me vergist ?
ze liep langs me door .. ik voelde adrenaline
ze haastte zich binnen in d’Elf Urenmis
‘k bekeek mijn horloge ... ik had nog wat marge
ik kreeg trek in cappuccino en een pannekoek
ik betrad dus eveneens die gezellige taverne
en vond een knus plaatsje achter in de hoek
amper had ik de menukaart wijduit ontvouwen
of mijn oog viel erboven op een dotje met strik
op nog geen 2 meter, linksvoor bij de leuning
bracht de lady haar hoedje naast zich in de schik
inwendig voelde ik een opborrelende warmte
wie was toch die heerlijke dame zo blond ...
ze wendde haar hoofd en wenkte de barman
ik ving een glimp van haar neusje en mond ...
ze maakte een grapje met de schalkse barkeeper
haar lach weerklonk als muziek in mijn oren
plots ging het mobieltje in haar handtasje biepen
ze draaide zich om ... onze blikken bevroren...
Aramis