dampend stampt hij daverend
zich stoomsissend traag op gang
tsjokt en sleurt verdapperend
door het donkerende land

knarseknokend kraken dissels
sporen ketsen vuur en glans
tenderend over de wissels
takketoemt hij in kadans

scherend dendert hij langs bomen
muren, staken, bruut beton
onder bruggen, onder bogen
drijft hij naar de horizon

gierend, schuddend, schrillend fluitend
ijlt hij door de holle nacht
en zingt heftig, zwaar rookpluimend
tabbaktabbak .. tabbaktabbak ..
tabbaktabbak .. tabbaktabbak ..

 

 

Aramis