
doof, stom en blind ...
drijvend op paarskleurige wolken
heilig en souverein beschut
waant zij zich hoog en zonder zorgen
boven dat plebejaanse grut
“grut” dat zich naarstig en gedreven
gedwee van zijn opdrachten kwijt
doch nergens een mening mag geven
ingaand tegen haar ijdelheid
ik gun haar d’eenzame kastelen
doordrongen van ‘t eigen gelijk
wat kan haar ’t paardevolk ook schelen
dat zich zelfs op haar kap verrijkt !
kom grendel nu haar blaffeturen
zij wil immers eenzaam verzuren ...
k schelen
dat zich zelfs op zijn kap verrijkt !
kom grendel nu zijn blaffeturen
hij wil immers eenzaam verzuren ...