17 Februari 1934 ….

Een Belgisch Mysterie

 

 

 

Een Koning van weleer

reed weg met rugzak en stok.

Bisschop noch graaf had d’eer

te weten waarheen Hij trok.

 

Zijn kamerheer Théophile

mocht mee op deze reis,

dit tot protocolair geschil,

want hij had geen rijbewijs …

 

Een uur na zonsondergang

kreeg ’t Paleis een telefoon.

Er klonk uit Marche-les-Dames :

“Geen spoor meer van de Kroon !”

 

Albert I had zijn dienaar gespoord :

“Blijf bij de wagen wat gymmen.

Want Ik wil nu ongestoord

een rots of twee te beklimmen”.

 

De Koning verdween uit ‘t zicht

in de diepten van ‘t naaldwoud.

Maar bij ‘t dovend winterlicht

werd Théophile stilaan benauwd.

 

Onrustig doorzocht hij al roepend

de steile, beboste rotspartij.

Maar moest, zichzelf vervloekend,

hulp gaan halen in de vallei.

 

Diep in de nacht kwam een elite

met zwijgzaamheid omschreven :

een graaf en een hoop erudieten

die als zwammen ‘t Hof aankleven.

 

Het gepeupel werd bedankt :

Nu zouden zij het klaren !

En ja hoor, zij vonden op een flank

het lijk van de Hoogachtbare.

 

Nog vòòr de ochtend kwam

was’t corpus reeds te Laken.

Pas na balseming en verband

mocht men d’eerste foto’s maken.

 

Geen wetsdokter werd aangesteld

Geen magistraat liet iets ontvallen

En de gerechtsexpert te veld’

was deskundig in .. auto-ongevallen

 

Théophile werd tot ridder geslagen

en bleef zwijgen tot in de dood.

Hem was immers opgedragen 

“De Kroon wordt nooit ontbloot !”

 

Viel Albert I  van de rots ?

Details lijken dit te ontkrachten.

Of verbergt de nationale trots

een schandaal dat ’t Hof opwachtte ?

 

Zeventig jaar na datum

(slechts weinigen weten ’t nog)

verschijnt een stil erratum

als een besluit dat toen niet mocht :

 

Een koninklijk alpinist,

ervaren in Venusheuvels,

werd op een dag geklist

en stierf tussen de keutels !

 

 

Aramis