Heks

 

Boven het wiegende koren,

door een lauwe landwind gepaaid,

trilt de zinderende kasteeltoren,

in deemsterend zomerlicht gebaad

 

Aan de rand van het bos tokkelt een specht

Twee piepels vlinderen vederlicht rond

’t Gekwaak van de kikker treedt in gevecht

met’t gestrijk van de krekel in d’avondstond

 

Wijl de tuimelaar duikt op levensgevaar

uit de hoge kruin van een ranke berk

genieten we van dit schouwspel tegaar

dromend van een nestje in dit groenige perk

 

... Rond ons kraaienest, in een komvormig decor,

door buxus en bloemen omhaagt

kuiert Charlotje,  onze trouwe labrador,

wijl de wind zich hoog met het Heksje misdraagt...

 

  Een gelukkige Aramis