achter de muren van een grijs verleden

kwijnen de knoken van mijn oerbestaan

verweerd en bros, gebleekt door zon en regen

tellen ze smachtend af naar volle maan

 

veroordeeld tot dit traagzaam wegverteren

hunkeren zij naar opzien zonder nijd

graag word ik nog een laatste keer beschenen

en groet de wereld parmantig wijd en zijd

 

misschien zal ooit mijn schrijfsel jou nog raken

of drijft mijn fles jouw strandstoel tegemoet

ooit hoop ik nog dat we gaan kennis maken

liefst in de hemel, zonder tegenspoed

 

vaarwel aan allen die mij devoot aanbaden

gedenk mij met mijn onversaagde moed