In sepia

 

 

mijn ouderlijk huis

bij het nog mulle pad

zittend op de buis

wijl mijn papa hard trapt

het wassende koren

papavers in knop

een bos schuine schoren

met opklimmend hop

Vlaamse kasseien

ik daver en boet

langs beemden en weien

het dorp tegemoet

 

 

-oOo-

 

 

In kleur

 

een blauwplaten loods

langs een dagdrukke straat

na d’uren heel doods

waar geen mens nog heengaat

aanfloepend neon

naast silo’s van staal

verlichten ’t beton

en de bermen zo kaal

de geur van looizuren

drijft met de avondwind

langsheen wering en muren

waar de woonwijk begint

 

 

 

De Galerij     *     Een voor allen     *     Gastenboek