Insjallah

 

van kim tot kam kompleet omketend
duizel ik helemaal terug
bij nacht verkleumd, bij zonschijn zwetend
naar d'’oertijd op een ezelsrug


kapotgeschoten stenen krotten
langs wegen zelfs die naam niet waard
gemijnd, bezaaid met mensenbotten,
geleiden doods mijn bedevaart


muskieten zwermen om de posten
van strijders in gevangenschap
hun stank en walging doen mij kotsen
onder mijn burka-schaamtelap

 

 

Aramis