
Lentegedicht
De druil van de buiïge lenteregen
biedt de daken hun eerste glans
en geeft een waterzon de kans
zich op de vergangen winter te wreken.
Wijl in de hoge wassende kruinen
de mispeltoe achter het loof verdwijnt
en het vee terug in de beemden verschijnt
ontkiemt nieuw leven in de tuinen.
Op menige stadspleinen en plantsoenen
omstrengelt witte bacopa het blauw van de lobelia
terwijl onder het geel van de forsythia
paasbloemen zich met viooltjes verzoenen.
Waar ’s ochtends merels tillek fluiten
en de wind de aarde langzaam droogt
wijl de kattin haar jongen zoogt
weerklinkt de lokroep naar de buiten …
Aramis