Manon

 

 

tegen de heuvel, dor en droog

van maquis, grindzand en rotskeien,

vecht zich een ezel traag omhoog

langsheen de lege boerderijen

 

de pendel uit een verre bron

houdt zich soms koppig stil en star

het water, klotsend uit de ton,

smeert het geratel van de kar

 

eens boven bij de laatste bocht

hoort men de bultenaar ‘hòò ! halt !’

Jean veelt de kannen met het vocht

terwijl Manontje het lastdier stalt

 

uit een naaldbosje spiedt een stel

hoe volhardend die man blijft sproeien

zij dempten hogerop de kwel

zodat zijn oogsten zouden schroeien

 

de gluiperds mikken op zijn grond

(want die indringer moet snel wijken !)

zij sloten dit duivels verbond

opdat ’s mans hoop vroeg zou bezwijken

 

de hitte is hun zegen Gods

tot de sukkel’s moegetergd afgrijzen :

de grond versteent tot op de rots ;

dit zou weldra een tol gaan eisen

 

zijn hard gevecht met de natuur

valt hem nauwelijks te benijden ;

hij wordt onwel en gauw slaat 't uur

van zijn plots schielijk overlijden

 

het jong gezin, in rouw gedompeld,

verlaat ontmoedigd ’t boerenpand ;

de ezel bokt en stokt en strompelt :

Manontje’s popje valt in ‘t zand

 

het meisje loopt wenend en zeurend

het mulle wegeltje weer om,

en ziet hoe buren zich bescheuren

bij ’t delven naar een frisse bron ...

 

 

Tien jaar later  ....

 

 

wiedend tussen het jong plantsoen,

fleurend bij vers frisbronnend water,

horen de telers boven ‘t groen

ver hoefgetrappel en geratel.

 

het span komt recht hun richting uit

met aan zijn boord een jongedame :

asblond van bles en blank van huid

arriveert daarginds Jean’s erfgename.

 

zij herkent goed de hypochrieten

die zich thans reppen haar te groeten

Manon ziet hoe hun anjers schieten

en sterkt zichzelf met : “zij gaan boeten !”

 

bij ’t jeu des boules volgen geladen

blikken vanonder strooien boord

het weeskind waarvan zij de vader

samen zwijgend hebben vermoord

 

zij hoedt de geiten op de berg

en treft er elke rots en spleet

zo dringt ze door tot in het merg

waar ‘t water ’t eerst naar buiten treedt

 

als vergelding voor haar vaders’ dood

dempt zij de bron met leedvermaak

met de hitte als haar bondgenoot

biedt zij dit gruweldorp haar wraak ...

 

 

Aramis