Siësta

 

 

In de schaduw van een loofrijke wijnrank

wroet een kip troosteloos in de bakkende grond.

Katten wassen zich likkend het warme bont

en vlijen zich wijdgeeuwend op een vensterbank.

 

In de gekoelde patio van het pastelroze beluik

zoeken oudjes kaartend de lome kilte.

Het erf baadt dampend in een Toscaanse stilte

onder de werkloze windhaan, slapend naar ‘t zuid.

 

Boven de nok van de oude paardeschuur

danst de verzengende koperen ploert.

Mussen overkwetteren het kirrend gekoer

en fladderen driftig in het klimop langs de muur.

 

In de lichtbundels door het oude pannendak

warrelen muggen boven het stoffige hooi.

De roestige grendel van een verlaten kooi

ligt in ‘t brakke water van een vertrapte drinkbak.

 

Een mestwalm laat zich met oreganogeur mengen

en drijft zwak weg naar de afglooiende wijngaard.

Rinkelende kettingen verraden het rustende paard

dat straks de vaten naar de cantina zal brengen.

 

 

Aramis

 

Ochtend in Toscane

 

 

Tussen de blinden van verschilferde luiken

bereikt mij, als een bedwelmend gedicht,

de geur van tijm en lavendelstruiken,

drijvend op vroeg geelglorend licht.

 

Door de halfgeopende blaffeturen

van mijn pensionskamer, badend in rust,

bekijk ik vol weemoed de tufstenen muren

van het oude dorpje op de heuvelrug.

 

Ik verdrink mij in de stilte en bucolische pracht

welke dit land der latijnse geleerden biedt.

Ik schep genot in het einde van de nacht

en begroet de tuinier die zijn bougainvilea’s begiet …

 

 

Aramis