Pandora

 

 

  De roestige sleutel draait knarsend in het slot,

de deur klemt, ik gebruik mijn schouder

Ik betreed het pand bij de kerk van St Job,

uit de tijd van Daens of nog ouder...

 

Het vergane tapijt, het muffe behang,

het portret van mijn grootva, net Clark Gable

ik draai de bakelieten knop in de gang

‘t blijft duister ... ik had ‘t kunnen weten ...

 

Langs de krakende trap vind ik mijn weg

gegangmaakt door ‘t zonlicht door ‘t glas

in opwarrelend stof kom ik terecht

op het kamertje met de oude boekenkast

 

Mijn vingers strijken traag over ruggen

ik ruik de geur van vergaan papier

met weemoed tracht ik de tijd ‘t overbruggen

op zoek naar het werk van de musketier

 

“d’Artagnan” blinkt in gouden letters daarboven

het boek is vergeeld en beduimeld

een tabouretje helpt mij erbij te komen

ik trek ... maar er komt méér getuimeld...

 

een koekentrommel .. een doos van Pandora ..

valt kletterend neer op de grond

zwart-wit foto’s ... uit het oog verloren ...

ik vergeet de reden van mijn komst ...

 

stijve boorden onder een ernstige tronie...

de wieg van mijn moeder … haar broers ...

een zicht op een landweg, nu huizenkolonie ..

ikzelf met mijn pa bij een wielerkoers ....

 

een déjà-vu doet me gaan zitten ...

dit peutertje is me vaag bekend ...

haar mondje doet me nu schrikken ....

zij is het …… overweldigend !!!!

 

 

Aramis