Ponte du Hoc

 

 (Normandie – D-Day 06/06/44  - H-Hour 06u30)

 

Uit de ochtendnevels voor de Normandische stranden

doemde de grootste geallieerde armadavloot ooit.

Duizenden para’s waren reeds gedropt op de flanken

of met zweefvliegtuigen achter het front gegooid.

 

“Les sanglots longs des violons d’automne

blessent mon chœur d’une langueur monotone”

 

Verlaine’s gedicht klonk krakend op Radio Londen

en wenkte het verzet tot de sabotage-aanval.

Daar von Rundstedt en Rommel zich elders bevonden

ontstond  chaos en ontzetting in Hitler’s Atlantikwall.

 

De strandingen verliepen met wisselend succes :

OMAHA en JUNO kregen het zwaar aan de stok.

Bij SWORD sloegen Britten de Pegasus-bres

maar UTAH werd bedreigd door het Pointe du Hoc …

 

Deze steile klif torende als een adelaar over zee

en herbergde een Duits kanonnen-garnizoen.

US-Rangers kregen de elite-opdracht mee

zich volledig van dit bedreigend nest te ontdoen.

 

Afdrijvende stroming bracht dit bataillon in een breuk :

slechts een deel landde bij de voet van de kazematten.

Door marinegeschut was de krijtsteilte broosgebeukt

zodat klimwerk zeer moeizaam was aan te vatten.

 

Ze bestormden de rotswand zonder versagen

met touwladders, klimhaken, bajonetten en dolken.

Tientallen verloren hun greep onder granaatinslagen

of stortten geraakt en bloedend neer in de golven.

 

Eens boven op het nest, het mes in de knuisten,

vond de zuivering plaats, snel en doelgericht.

Kolonel Rudder balde zich echter vloekend de vuisten :

de kanonnen waren net van hun affuiten gelicht !

 

Verwoed zetten de Rangers de achtervolging in

en troffen de stukken verdekt in een boomgaard.

Met springstof voltrokken ze hun vernietiging

en ontmantelden het directe Duitse artilleriegevaar.

 

Een tegenaanval dreef hen terug naar de klifrand,

bezaaid met bomkraters, lijken en Tsjechische egels.

Urenlang hielden ze onder vuurgeweld stand

en dekten als helden de landing van Bradley’s Legers.

 

Aramis