Polonaise naar de zon ...

 

 

 

 

Pom pom Pom pom ...

 

Heupwiegend blij verlaten

z’hun huizen en fabrieken

en dwarsen stoer de straten

als lange elastieken.

Bij elke carambole

ritsen ze strikt de lijnen

om saâm verder te dolen

langsheen dreven en pleinen.

 

Pom pom Pom pom ...

 

En kijk daar komt spontaan

een tweede grote sliert

“Komaan, mannen, sluit aan

en danst, en lacht en giert !”

Ze houden goed kadans

en schuiven stevig door.

Ze neuriën zonder zwans

als een russisch mannenkoor.

 

Pom pom Pom pom ...

 

 Welaan, kijk nu begot :

daar komt er wéér een toe !

Ze verlengen fluks de trot

en groeien als bamboe.

Ze volgen hun bestierder

bij elke klim of bocht

en worden steeds gespierder

hoe verder op hun tocht.

 

 Pom pom Pom pom ...

 

Hun stelten blijven groeien :

hun hoofd reikt in de lucht

hun armen dragen boeien

voor de vogels op hun vlucht.

Het neuriën gaat hard

toch gaan ze stilaan dalen

en duiken heel verward

in d’electriciteitscentrale ..

 

Pom pom Pom pom ...

 

 

Aramis