onder Zuidvlaamse wolken
met rauwe grauwe grijns
suizen ontieglijk vroeg
verbeten Flandriens

gekromd zoals de bomen
vernijdigt zich de strijd
over kasseien wegen
windop tegen de tijd

melkkoeien slaan op hol
door 't heuv'lend platteland
wanneer de waaier spint
en zich bergop verkrampt

lichtvoetig over muren
bemerkt de favoriet
hoe bij het Hemelhuis
de tegenstand verschiet

geledigde bidonnen
dwarsen furieus de baan
de achtervolgers strijden
maar er is geen houden aan



(tommeke, tommeke, tommeke ... wa doede nu ?)