saffraan, mijnheer ? dààr, achter ‘t veld
waar ’t karrespoor in ‘t rul verzandt
waar de heuvelrug zich rood verkant
en pluizen zwermen over ‘t land
daar vindt u vast wat voor u telt !

de oude man schoudert zijn zeis
zwaait nog zijn klak vol goede moed
zoals men dat bij afvaart doet
laverend tussen zwart wrakgoed
ten oorlog, op een laatste reis

als ik eind’lijk de geuren ruik
wijl ‘k mij borsthoog door distels snijd
voel ‘k mij vermoeid maar ook verblijd
tot plots een bosadder mij bijt
en ik verlamd ten gronde stuik

geluid van vreemde origine
wekt mij in ’t schijnsel van de maan
waarbij mijn neus glimt van saffraan
en ik halfblind lichten zie gaan
en klauwen van een dorsma ...

Aramis