Schone dagen
nog warmt de zon de bruine kruinen
waaronder loof geelvlokkig valt
verstrooid laat ze haar stralen schuinen
impressionistisch over 't land
onder een stoet van herfstboleten
rukken hooiwagens af en aan
fijn spinrag sluiert donk're spleten
waarin vliegen ter ziele gaan
een late bij, beduusd en traag,
zoekt aarzelend zijn evenwicht
schaduwvormen werpen zich vaag
langrekkend door het vergezicht
en bij 't gescharrel in de haag
dooft zich langzaam het hemellicht
Aramis