Nazomer 1942

 

 

Hemelhoog begluurt das Spuk

het NAZI-vliegveld onder zich,

ver uit 't bereik van het geschut

dat zich een nachtstelling inricht.

 

Zodra de duisternis invalt

legt hij z’n Spitfire-motor stil

en glijdt in duikvlucht steil en pal

spiralend om een haakse spil.

 

De Abwehr vuurt met volle kracht

maar ‘t kogelspoor dooft zich armzalig.

De Spookvlieger daagt elke nacht

en maakt hun startbanen pokdalig.

 

“Aber wer – scheiße ! – ist denn daß !?”

“verstärken Sie die Luftschutzwaffe !!”

“Der Krieg um England ist ganz heiß

und er bedroht die Bomberstaffel !”

 

Weer stijgt een Junker op als gek

doch valt als een brandende toorts.

Vanuit het duister wolkendek  

brengt één solist der Führer koorts.

 

De Truienaars horen en zien

en juichen stiekem in hun vuist.

Men vraagt zich af, bij stil gegrien :

“Wie is die held die ‘t luchtruim kuist ?”

 

 

Mei 1943

 

De zoon van Graaf Menten de Horn’

staat lang getipt in de pronostiek,

maar na zijn crash in uniform

stoppen de spookaanvallen niet.

 

Hemelzoeklichten, neerhaalzones

worden verwoed geïnstalleerd.

Maar virtueus zijn diens capsones

die Junkers feilloos torpedeert.

 

11 Mei 1943

 

De held vliegt nu in tweeromp-Lightning

waarmee hij de vijand durvend pest.

Zijn staart loodst met subtiele zwenking

een Jäger recht naar ’t Abwehr-nest.

 

De FLAK-kogels scheren zijn oren

en halen zijn Verfolger neer,

maar gaan ook zíjn kist fel doorboren :

het Spook verdwijnt en keert niet weer …

 

12 Mei 1943

 

Bij Osnabruck, in het Teutowald,

vindt een herder een gecrasht piloot :

Herr Steinmann die hem snel bijvalt

ziet zijn gevecht met de gruweldood.

 

Reutelend reikt deze hem bevend

een felbegeerd RAF-zakuurwerk,

met bede ‘t zijn broer terug te geven ;

zijn woord, zijn ziel verzwindt in ’t zwerk ...

 

05 juni 1943

 

Na weken van vertwijfeling

herkent men ’s nachts plots weer ‘t gegier

(tot vreugde van de stedeling)

van de naamloos stuntende vliegenier ...

 

Een gigadump kérosène bij Staaien,

de brandstof voor de bomber-vloot,

staat met één raid in lichterlaaie :

de vuurgloed kleurt Sint Truiden rood.

 

Het eskadron, bestemd voor Londen,

wordt aanhoudend bestookt, geknecht.

De Anlage wordt bij nacht geschonden

en steeds wint ‘t Spook het luchtgevecht.

 

De Kommandant van ’t Brustems veld

wordt naar het Oostfront gemuteerd.

De bruut Seemann wordt aangesteld,

één die op Göring-relaties teert.

 

Mei 1944

 

Vanuit Berlijn komt een Luft-killer,

met Eikenloof fier aan de riem :

Herr Major Weste draagt dunkler Briller,

zijn nachtzicht is dan ook subliem !

 

Gevaarlijk oogt zijn Messerschmitt

met zwaargetande haaiemuil,

geschilderd rood op groene cockpit ...

daarin houdt zich der Teufel schuil.

 

En met Max Steinmann aan zijn zijde,

een ex-piloot, feilloos marconist,

schoot hij er tientallen ter weide :

nog nooit had hij er één gemist !

 

 

22 Mei 1944

 

Op een zonterras op de Grote Markt

(met zicht op ’t Truiens vrouw’lijk schoon)

wordt snode aan hun plan geharkt

met stoerheid en macho-vertoon.

 

Ook nu is Max weer vol vertrouwen :

hij draagt zijn grootva’s talisman :

het RAF-uurwerk zit dichtgevouwen

maar tikkend in zijn Mipolam.

 

’s Nachts nemen ze elk een machine

en wachten cirkelend op die ‘kid’ :

Max in zijn Focke Wulf-cabine

en Weste in zijn Messerschmitt.

 

 “Dààr is hij !” schreeuwen ze elkander

en splitsen weg, elk naar een kant.

Het Spook laat zijn kanonnen branden

en giert en tolt en scheert en vlamt.

 

De Lightning klimt hoog in de wolken

 “Verdammte Schweinhund !”  klinkt het fel

Plots daagt het op, in valvlucht kolkend,

Recht naar de staart van Max’ toestel.

 

Nach unten, schnell !” brult de Majoor

en scheert zichzelf achter de Geest.

De drie jagen nu in één lijn door

das Spuk in ’t midden,  onbevreesd ...

 

“Raktaktak !” klinkt door de nacht,

een vliegtuig brandt en valt als lood.

Op ‘t rokend wrak herkent de wacht

een Hakenkruis maar geen piloot ...

 

Bij zonsopgang treft men Max Steinmann

in ‘t veld met een doorzeefde borst.

“Das Tommy-Uhr war sein Untergang !”

weent Weste die naar weerwraak dorst.

 

Maar gauw blijkt uit het onderzoek

dat het Messerschmitt-kogels betrof.

Het uurwerk had hem dus behoed

voor de Tommy, maar niet voor de Mof ...

 

25 Mei 1944

 

Uit wraakzucht om zijn gevallen vriend

klimt Weste ’s avonds opnieuw ten hemel,

wachtend tot hij zich weer aandient

tussen het flonkerend sterrengewemel ...

 

Seemann codeert hem “Spuk in Anflug !”

maar Weste sloot zijn radio af.

“Hem die mijn maat de dood injoeg

help ik ganz solo in het graf !”

 

Hardnekkig vuurgevecht ontbrandt :

geen onderbreking, geen gevlucht.

De spanning stijgt en ook op ’t land

volgt men de strijd hoog in de lucht.

 

Weste laveert verwoed zijn kist

tot in de staartstraal met een zwik.

Vizier geconcentreerd, gespitst 

richt hij en mikt en drukt en ... ‘klik’.

 

Zijn wapens leeg ... dit is fataal !

Enkel zijn kist is nog een wapen.

Hij wijkt uit ‘t zicht en gaat frontaal

die Lightning uit de hemel schrapen.

 

Seconden vliegt hij in ‘t vizier

van hem die steeds ongrijpbaar leek,

negeert  diens kogelregen fier

en stuurt zich naar een dodensteek.

 

Een vuurbal eindigt dit verhaal

en Weste’s lijk gaf een uurwerk 

op Stanislas Siludski ’s naam,

het Spook de foto van een zerk ...

 

 

van diens tweelingbroer

Johann Siludski  (+ Osnabruck 12 Mei 1943)

 

 

De Galerij     *     Een voor allen     *     Gastenboek