Hemelhoog begluurt das Spuk
het NAZI-vliegveld onder zich,
ver uit 't bereik van het geschut
dat zich een nachtstelling inricht.
Zodra de duisternis invalt
legt hij z’n Spitfire-motor stil
en glijdt in duikvlucht steil en pal
spiralend om een haakse spil.
De Abwehr vuurt met volle kracht
maar ‘t kogelspoor dooft zich armzalig.
De Spookvlieger daagt elke nacht
en maakt hun startbanen pokdalig.
“Aber wer – scheiße ! – ist denn daß !?”
“verstärken Sie die Luftschutzwaffe !!”
“Der Krieg um England ist ganz heiß
und er bedroht die Bomberstaffel !”
Weer stijgt een Junker op als gek
doch valt als een brandende toorts.
Vanuit het duister wolkendek
brengt één solist der Führer koorts.
De Truienaars horen en zien
en juichen stiekem in hun vuist.
Men vraagt zich af, bij stil gegrien :
“Wie is die held die ‘t luchtruim kuist ?”
De zoon van Graaf Menten de Horn’
staat lang getipt in de pronostiek,
maar na zijn crash in uniform
stoppen de spookaanvallen niet.
Hemelzoeklichten, neerhaalzones
worden verwoed geïnstalleerd.
Maar virtueus zijn diens capsones
die Junkers feilloos torpedeert.
11 Mei 1943
De held vliegt nu in tweeromp-Lightning
waarmee hij de vijand durvend pest.
Zijn staart loodst met subtiele zwenking
een Jäger recht naar ’t Abwehr-nest.
De FLAK-kogels scheren zijn oren
en halen zijn Verfolger neer,
maar gaan ook zíjn kist fel doorboren :
het Spook verdwijnt en keert niet weer …
Bij Osnabruck, in het Teutowald,
vindt een herder een gecrasht piloot :
Herr Steinmann die hem snel bijvalt
ziet zijn gevecht met de gruweldood.
Reutelend reikt deze hem bevend
een felbegeerd RAF-zakuurwerk,
met bede ‘t zijn broer terug te geven ;
zijn woord, zijn ziel verzwindt in ’t zwerk ...
05 juni 1943
Na weken van vertwijfeling
herkent men ’s nachts plots weer ‘t gegier
(tot vreugde van de stedeling)
van de naamloos stuntende vliegenier ...
Een gigadump kérosène bij Staaien,
de brandstof voor de bomber-vloot,
staat met één raid in lichterlaaie :
de vuurgloed kleurt Sint Truiden rood.
Het eskadron, bestemd voor Londen,
wordt aanhoudend bestookt, geknecht.
De Anlage wordt bij nacht geschonden
en steeds wint ‘t Spook het luchtgevecht.
De Kommandant van ’t Brustems veld
wordt naar het Oostfront gemuteerd.
De bruut Seemann wordt aangesteld,
één die op Göring-relaties teert.
Mei 1944
Vanuit Berlijn komt een Luft-killer,
met Eikenloof fier aan de riem :
Herr Major Weste draagt dunkler Briller,
zijn nachtzicht is dan ook subliem !
Gevaarlijk oogt zijn Messerschmitt
met zwaargetande haaiemuil,
geschilderd rood op groene cockpit ...
daarin houdt zich der Teufel schuil.
En met Max Steinmann aan zijn zijde,
een ex-piloot, feilloos marconist,
schoot hij er tientallen ter weide :
nog nooit had hij er één gemist !
22 Mei 1944
Op een zonterras op de Grote Markt
(met zicht op ’t Truiens vrouw’lijk schoon)
wordt snode aan hun plan geharkt
met stoerheid en macho-vertoon.
Ook nu is Max weer vol vertrouwen :
hij draagt zijn grootva’s talisman :
het RAF-uurwerk zit dichtgevouwen
maar tikkend in zijn Mipolam.
’s Nachts nemen ze elk een machine
en wachten cirkelend op die ‘kid’ :
Max in zijn Focke Wulf-cabine
en Weste in zijn Messerschmitt.
“Dààr is hij !” schreeuwen ze elkander
en splitsen weg, elk naar een kant.
Het Spook laat zijn kanonnen branden
en giert en tolt en scheert en vlamt.
De Lightning klimt hoog in de wolken
“Verdammte Schweinhund !” klinkt het fel
Plots daagt het op, in valvlucht kolkend,
Recht naar de staart van Max’ toestel.
“Nach unten, schnell !” brult de Majoor
en scheert zichzelf achter de Geest.
De drie jagen nu in één lijn door
das Spuk in ’t midden, onbevreesd ...
“Raktaktak !” klinkt door de nacht,
een vliegtuig brandt en valt als lood.
Op ‘t rokend wrak herkent de wacht
een Hakenkruis maar geen piloot ...
Bij zonsopgang treft men Max Steinmann
in ‘t veld met een doorzeefde borst.
“Das Tommy-Uhr war sein Untergang !”
weent Weste die naar weerwraak dorst.
Maar gauw blijkt uit het onderzoek
dat het Messerschmitt-kogels betrof.
Het uurwerk had hem dus behoed
voor de Tommy, maar niet voor de Mof ...
25 Mei 1944
Uit wraakzucht om zijn gevallen vriend
klimt Weste ’s avonds opnieuw ten hemel,
wachtend tot hij zich weer aandient
tussen het flonkerend sterrengewemel ...
Seemann codeert hem “Spuk in Anflug !”
maar Weste sloot zijn radio af.
“Hem die mijn maat de dood injoeg
help ik ganz solo in het graf !”
Hardnekkig vuurgevecht ontbrandt :
geen onderbreking, geen gevlucht.
De spanning stijgt en ook op ’t land
volgt men de strijd hoog in de lucht.
Weste laveert verwoed zijn kist
tot in de staartstraal met een zwik.
Vizier geconcentreerd, gespitst
richt hij en mikt en drukt en ... ‘klik’.
Zijn wapens leeg ... dit is fataal !
Enkel zijn kist is nog een wapen.
Hij wijkt uit ‘t zicht en gaat frontaal
die Lightning uit de hemel schrapen.
Seconden vliegt hij in ‘t vizier
van hem die steeds ongrijpbaar leek,
negeert diens kogelregen fier
en stuurt zich naar een dodensteek.
Een vuurbal eindigt dit verhaal
en Weste’s lijk gaf een uurwerk
op Stanislas Siludski ’s naam,
het Spook de foto van een zerk ...
van diens tweelingbroer
Johann Siludski (+ Osnabruck 12 Mei 1943)
