Ten onder

 

 

mijn dood karkas

rust mijlen diep

waar het voorgoed

vergaan insliep

 

tijdloosheid spon         

zijn kluwig garen

streelde mijn lichaam

tot bedaren

 

hoog boven mij

woedt nog de storm

waartegen ik

nooit meer optorn

 

eeuwig heugt mij

die agonie

en doemt eindeloos

de lethargie

 

 

Aramis