
Van de regen in de drop
Zwoelzieke warmte bedrukt me de longen
wanneer ik het koele kantoor verlaat.
Brak zweet wordt mij gewelddadig ontwrongen
bij het oversteken van de zonovergoten straat.
De airco zuigt pompend de hete calorieën
Ik zet de radio aan en check de benzinemeter.
weerklinkt heroďsch tussen ’t gekraak in de ether.
“Onweer”, denk ik “misschien haal ik het nog”
Ik stuif de afrit in en red net oranje-rood.
Een oudje in een Daf dwingt me in haar zog.
Het donkert snel … de hemel wordt als lood !
Bij de oude stadspoort vind ik eindelijk een plekje.
Ik check snel het huisnummer van de architect.
Op mijn omarmd dossier spat een eerste regenvlekje
hoewel ik mij behoedzaam onder huisgevels verdek.
Een bliksemschicht flitst, een meisje gilt
langs winkelramen vervolg ik gehaast mijn pad.
Een donderslag volgt, de ruit naast mij trilt,
’t gedruis van felle neerslag overstemt nu de stad.
Ik besluit snel om toch even te schuilen
en duik fluks binnen in het volgende portaal
In de deuropening tussen twee marmeren zuilen
wacht me echter een stormachtig onthaal ….
Aramis