wanhopig en vertwijfelend
doolde ik door woestijnen
zwijmelde moe en duizelend
langsheen de duinenlijnen
de slagen van mijn laatste uur
bleef ik eindeloos hertellen
mijn gal braakte aanhoudend zuur
mijn slapen gingen zwellen
mijn hoofd was leeg, mijn ziel verkocht
wachtte mij nog een redding ?
reeds onderweg naar 't voorgeborcht
deed ik plots een ontdekking :
luchtspiegelend, in waas omhuld,
tussen oasegroen
nodigde jouw blanke onschuld
mij weer naar goed fatsoen
Aramis
