Vernietigend onweer

 

 

 

wilde lasso's vol ontladende kracht

- bliksems die zich in verten kruisen -

drijven dreunende dondersalvo's tot druisen

voortrollend in de ijldiepe nacht

 

rukwinden wreken zich op iedere kruin

bladerloof juttend over veld en wegel

over land gutst nu de hevigste regen

 beken zwellen tot wildkolkend bruin

 

uit krakend en bonkend hemelgeweld

wordt ijsloden hagel gemitrailleerd

door knallende zwepen gedirigeerd

naar ’t oppervlak van het maaiende veld

 

einders, luchtzuiverend gespoeld,

gangmaken weergoden in hun schrikbewind

over mens of dier, verdoofd en verblind,

die tenslotte onderdanig zijn nietigheid voelt

 

Aramis