Verzonken kerkhof
De dreef druipt ‘t drijvend onweer na
en walmt zijn dauwen klammend uit.
Grauw harsgewelf hangt nat en zwaar
en zwanger overheen ’t gifkruid.
Een kruis, verweerd, arduingehouwen,
dat eeuwenoude rouw verhaalt,
biedt ’t nachtelijk vendel vertrouwen
dat onder donderknarsen dwaalt.
In ’t wild struweel, waar ’t pad vervaagt
en zich schofthoog door netels snijdt,
worden rag en varenvlies ontmaagd
totdat men het zompig veen bereikt.
Hun hoeven zakken diep in ’t kwel
onder hectaren broek en duister
tot plots een schicht het veld verhelt
en een witte veengeest de paarden kluistert ...
Aramis
