Verzopen Zomer (sonnet)

 

 

Verdwijn voorgoed, gij waterzieke zomer
en laat nu snel uw wolkendek verzwinden
Zend ons de zon, desnoods als een laatkomer
Maar spaar ons thans uw regens en uw winden

Ontzie de rust van de vermoeide loner
en laat hem toe de pracht van ‘t park te vinden
Na maanden werk is er voorwaar niets schoner
dan sport en spel met lang gemiste vrienden

Schroei bij 't gloren de vochtverzadigde domp
en lok de mensen uit hun donk're huizen
naar hun akkergoed en drogende tuingrond.

Vergrendel dus uw lekke hemelsluizen
en geef vollast aan uw hemelwarmtepomp
Maar stel ‘t niet uit : men is u aan 't verguizen !

 

 

Aramis