
Vogelvrij
in de stilte van het land
langs het volrijpe koren
loop ik godsverloren
blootvoets in het zand
de zon doet mijn nek branden
ik vlei mij naast de vliet
tussen het lommerende riet
een aar tussen de tanden
heel hoog boven de kerk
en het bosje populieren
zweven twee klauwieren
tegen het blauwe zwerk
een leeuwerik stijgt op
vanuit het korenblond
spiedend naar de grond
naar tor en spinnekop
rechtverend realiseer ik mij
dit spanningsveld in de lucht
wie maakt de eerste duikvlucht ?
wie is hier vogelvrij ?
Aramis