Voor anker

 

 

witborrelend zog

bruist weg in het ijle

verstervend in schuim

onder windstille zeilen

 

gekraak en geklots

een zeezilte streling

wiegende lichtjes

een meeuw op de reling

 

goudgeel gegangmaakt

door rimpelend klater

rijzen de sterren

uit ’t donkerend water

 

Aramis