Weggemaaid

 

 

oranje laait over de kaaien

in ocht’lijk duister, dag en dauw

en aait de messen van de maaier

die scherend ’t bermengras verhouwt

 

tegen de nagloed van het tuig

beweegt eenzaam een silhouet

die ingetogen wacht en buigt,

geknield een verse bloem neerzet

 

het kruisje met het rouwgedicht

herinnert hoe een meisje viel

in vluchtmisdrijvend achterlicht

wegijlend door ’t nog spinnend wiel

 

 

Aramis