
Wéris
Omarmd betreden we het pad
bij d’oude dorpspomp naast het plein
de megalieten bezegelen de rust
van deze bosrijke vredesmijn
We praten zacht en lachen ontspannen
wijl ‘t weggetje steeds lastiger wordt
de vijfsprong bij de refuge daagt uit
we dromen voort, we gaan bergop
Door zweet en klim tot halt gedreven
door liefde in ons hart verdoofd
laven wij mekaar in een stroom van kusjes
in bos en hoofd compleet verdoold
De bomen beschrijven hemelse cirkels
rond onze hoofden, verzwonden in roes
door ‘t loof priemt de zon in onze ogen
en kleurt ons liefdesspel in gouden gloed
Een jagersstoel biedt ons de kans
een groet aan vrouw natuur te brengen
veilig gezeten op ‘t verhoogde nest
laten lust en pracht zich intens mengen
Het zompig pad stuit op herbebossing
dus nemen we keer, verlaten het donker
en bewandelen later, in ‘s lands kleinste stadje,
vol deugd en vreugd mekaars hersenkronkel
Aramis