Winterster

 

 

  In de snerpende, snijdende winterkou,

die over de vlakke weilanden schuurt

en egels verkleumd naar hun legers stuurt,

knettert stil mijn hartvuur voor jou.

 

Onverstoord vervolg ik mijn mars

- hoewel de vorst mijn adem snijdt

en de vallende nacht mijn zicht misleidt -

gegidst door jouw onfeilbaar kompas.

 

Sinds ik je geest en ziel heb verkend

liep ik nooit ofte nimmer verloren

en raakte mijn alhidade bevroren

op die ster aan jouw poëtisch firmament.

 

 Mijn ogen wennen aan het duistere diep

 en versterken het licht van je hemellichaam.

  Zijn gloed weerspiegelt je heerlijke naam

      en verwarmt de muze die je in mij opriep ...

 

 

Aramis