
De levensvraag van de zombie
De zware wallen onder mijn ogen
zakken diep tot in mijn stijve stoppelbaard.
Mijn lichaam, door stress en stramheid bezwaard,
snakt naar rust en begrijpend mededogen.
Ik baal van het dichtslibbend verkeer
en snoer mijn opdringerig mobieltje de mond.
Deze vrijdagse file is me weer te bont
en brengt me tot de finale inkeer.
Is dit de reden van ons dagelijks bestaan ?
Is mijn “mens sana in corpore sano” nog aanwezig ?
Waar zijn we in godsnaam toch mee bezig ?
Jagen, jachten, drukken en doorgaan ?
Aramis