
Zomernacht
Wijl een vleermuis spichtig
de nok van het dak ontschiet
En de nachtvlinder amechtig
de holten van de surfinea kiest
vervagen de geluiden,
versterft traag het licht
Kruinen doemen dominant op
en hullen zich in donkere pracht
Een muggenzwerm warrelt kringelend op
en animeert de straatlantaarn in de zomerse nacht
Onder Cassiopeia's Wiegende stoel
klept een verre toren trouw middernacht
Een kalm klam briesje verdrijft 't zwoel gevoel
dat ons dwong tot deze slaaploze wacht
Mijn oogleden dimmen
het licht wordt vaal en schaars
de wijnglazen verschimmen
naast de stervend smeulende kaars ..
En dommelend verzink ik in het erbarmen
van Lottebieke’s heerlijke armen ..
Aramis
.